Affectieve relaties tussen twee personen kunnen worden
geformaliseerd bij de burgerlijke stand. Dat kan in de vorm van het huwelijk of (sinds 1
januari 1998) in de vorm van het geregistreerd partnerschap, beide vormen staan ook open
voor personen van gelijk geslacht. De gevolgen die de wet aan het huwelijk en het
geregistreerd partnerschap verbindt, zijn op vermogensrechtelijk gebied dezelfde.
Met betrekking tot kinderen geldt echter een verschillende regeling op het gebied van naam
en gezag.
Een paar dat geen enkele registratie wenst, kan zijn relatie vormgeven door middel van een
samenlevingscontract.
De wet verbindt daaraan op een enkele uitzondering na geen directe
gevolgen, het gaat primair om afspraken tussen de partners onderling, het bestaan van een
notarieel samenlevingscontract kan echter voor de toepassing van allerlei regelingen als
voorwaarde worden gesteld.
In het bijzonder kan hier worden gedacht aan partnerpensioenregelingen en secundaire arbeidsvoorwaarden.
Het samenlevingscontract kan niet leiden tot een algehele gemeenschap van goederen, zoals
dat bij het huwelijk en het geregistreerd partnerschap het geval kan zijn. Evenmin heeft het
contract tot gevolg dat de partners erfgenaam van elkaar worden, daarvoor is altijd een
testament nodig.
Door de voltrekking van het huwelijk (waaronder hierna tevens te begrijpen het
'geregistreerdpartnerschap') ontstaat een algehele gemeenschap van goederen.
Schenkingen en erfrechtelijke verkrijgingen zullen vaak niet tot de gemeenschap behoren omdat
de erflater of schenker bepaalt dat hetgeen wordt verkregen niet in een huwelijksgemeenschap valt.
Alle schulden zijn in beginsel gemeenschappelijk, dat betekent dat iedere schuldeiser van de
echtgenoten zich kan verhalen op de gehele gemeenschap. Na echtscheiding wordt men ook
voor de helft aansprakelijk voor de gemeenschapsschuldden die de ander heeft gemaakt.
Een voordeel van de gemeenschap van goederen is dat de echtgenoot die niet of weinig
inkomsten uit arbeid heeft, deelt in de opbouw van het vermogen.
Huishoudelijk en
opvoedkundige arbeid wordt aldus indirect beloond.
Ingeval van overlijden vormt de helft van de gemeenschap van goederen de nalatenschap.
Een echtgenoot 'erft' de andere helft dus niet.
Bij echtscheiding wordt het gemeenschappelijk vermogen gedeeld.
'Redelijkheid en bilijkheid' spelen dan een grote rol.
Deze kunnen er toe leiden dat bijvoorbeeld een huis of
een onderneming (aandelen) worden toegedeeld aan één van beiden en dat de ander
genoegen moet nemen met geld, Het belang van een onderneming zal veelal gediend zijn
met het maken van huwelijkse voorwaarden.
Echtscheiding kan anders te veel gevaren opleveren voor de continuïteit van de
onderneming. Bij de regeling mag echter het belang van de echtgenoot van de ondernemer
niet uit het oog worden verloren. Deze echtgenoot zal tevens bescherming tegen
ondernemersrisico's op prijs stellen.
Wie huwelijkse voorwaarden wenst te maken, heeft in beginsel een grote mate van vrijheid (contractvrijheid). De wederzijdse onderhoudsplicht vormt de belangrijkste regeling van dwingende aard. Ook kan niet worden afgeweken van regels die 'gezinsbescherming' beogen. Zo is altijd de toestemming van de andere echtgenoot vereist voor onder andere het (ver)kopen of met hypotheek belasten van de gezamenlijk bewoonde woningen voor het doen van schenkingen. Voor de inrichting van de overeenkomst van huwelijkse voorwaarden zijn o.a. van belang:
Een lastig probleem bij het opstellen van een overeenkomst van huwelijkse voorwaarden is dat de overeenkomst wordt aangegaan voor een lange duur. Er moet daarom zoveel mogelijk rekening worden gehouden met de mogelijkheid dat omstandigheden veranderen.
Tijdens het huwelijk kunnen huwelijkse voorwaarden worden gewijzigd of alsnog worden
aangegaan. Aangezien het een overeenkoms betreft,is de medewerking van beide partijen
nodig. Voor wijziging (opheffing) kan reden bestaan met het oog op de toekomstige heffing
van successierecht maar ook om (meer) evenwichtig economische verhouding tussen de
echtgenoten te creëren.
Voor het maken of wijzigen van huwelijkse voorwaarden tijdens het huwelijk is de
goedkeuring van de rechtbank vereist, hetgeen kostenverhogend werkt.
Indien men, nadat men is geregistreerd als partners, met dezelfde partner wil trouwen en voor dàt huwelijk
huwelijkse voorwaarden wil maken (danwel de eerder gemaakte paftnerschapsvoorwaarden
wil wijzigen),is voor de huwelijkse voorwaarden goedkeuring van de rechtbank vereist.
Als men de eerder gemaakte partnerschapsvoorwaarden wil handhaven, dan is het niet nodig
om ter gelegenheid van het sluiten van het (opvolgend) huwelijk huwelijkse voorwaarden
te maken. De partnerschapsvoorwaarden blijven als huwelijkse voorwaarden van kracht.
Belastingen
Op het gebied van de inkomstenbelasting maakt het geen verschil of
men al dan niet huwelijkse voorwaarden heeft gemaakt.
Voor de heffing van successierecht daarentegen is de aard van het
huwelijksvermogensregime van groot belang. Mede om deze reden wordt na het arbeidzame
leven vaak gekozen voor opheffing van de bestaande huwelijkse voorwaarden. Dan ontstaat
er een gemeenschap van goederen en komt het door de één opgebouwd vermogen aan
beide echtgenoten gelijkelijk toe, waardoor de helft buiten het efrecht (en dus de heffing
van successierecht) blijft.
Over het notarieel honorarium is omzetbelasting (BTW) verschuldigd, De huwelijkse voorwaarden moeten worden ingeschreven bij de griffie van de rechtbank, hetgeen griffierecht kost. Ook tijdens het huwelijk kunnen echtgenoten alsnog huwelijkse voorwaarden maken. Door tijdens het huwelijk huwelijkse voorwaarden te maken, verdelen de echtgenoten het vermogen/ waarbij iedere echtgenoot het recht heeft op de helft. De kosten voor het maken van huwelijkse voorwaarden tijdens het huwelijk zijn belangrijk hoger dan voor het huwelijk. Oorzaak hiervan is onder andere dat een advocaat goedkeuring moet aanvragen bij de rechtbank. Ook de verdeling van het gemeenschappelijke vermogen speelt een rol.
Sinds 1 januari 1998 biedt de wet
de mogelijkheid aan twee personen van verschillend,
maar ook van hetzelfde geslacht om hun relatie bij
de burgerlijke stand te laten registreren,
tenzij het gaat om twee mensen van hetzelfde geslacht
die anders ook niet zouden mogen trouwen,
zoals twee zussen.
download hier
de brochure over personen en familierecht (samenlevingscontract,
huwelijk huwelijkse voorwaarden,geregistreerd partnerschap )
download hier
de brochure over samenlevingscontract.
download hier
de brochure over erfrecht.
download hier
de brochure over voogdij.
download hier
de brochure over estate planning.
geen acrobat reader? download het hier